Vijf traveeën breed pand; de gevel met zijpilasters en risalerende middentravee, bekroond door boogfronton. Fraai beeldhouwwerk aan de middenpartij, n.l. voordeur, deurkalf, paneelvulling in de zijposten, voluten, festoenen en kuifstuk om het middenvenster. Fraaie, gesneden lijstconsoles. Stoep met smeedijzeren hek.
Fünfachsiges Gebäude; die Fassade mit Seitenpilastern und einem vorspringenden Mittelteil, der von einem Bogengiebel bekrönt wird. Feine Verzierungen am Mittelteil, insbesondere an der Eingangstür, dem Türsturz, den Paneelen der Seitenpfosten, den Voluten, Girlanden und dem Ziergiebel um das Mittelfenster. Fein geschnitzte Gesimskonsolen. Vorbau mit schmiedeeisernem Geländer.
Five-bay wide building; the facade with side pilasters and a projecting central bay, crowned by an arched pediment. Fine雕刻 on the central section, namely the front door, door lintel, paneling in the side posts, volutes, festoons, and crest around the central window. Fine, carved cornice consoles. Stoop with wrought-iron railing.